Haagsevrouwendagen.nl gebruikt analytische cookies. Deze cookies worden gebruikt om de website te kunnen optimaliseren.

Petra Prent

Mede-oprichtster van Mijn Buuf



Wie ben je en wat doe je?  
Ik ben Petra Prent, mede-oprichtster van Mijn Buuf, een sociaal atelier in Den Haag waar vrouwen samenkomen op basis van gelijkwaardigheid. Bij ons draait het niet alleen om samen maken en leren, maar vooral om verbinding: samen koffie drinken, lunchen, praten en werken aan jezelf. Wij zijn er voor vrouwen die vaak een enorm klein netwerk hebben, de Nederlandse taal nog niet goed spreken en soms vastlopen in het dagelijks leven. Mijn Buuf is daarin een soort springplank van het aanrecht naar de samenleving. 

Zo'n acht jaar geleden wilden we ons gaan richten op nieuwe Nederlandse vrouwen. Met het idee voor dit atelier schoof ik aan bij een vriendin aan de keukentafel. Lekker uit je hoofd, met je handen bezig zijn. Praten in het Nederlands over vrouwendingen of actualiteiten. Laagdrempelig en gelijkwaardig. Achter de geraniums vandaan en met hergebruik van materialen. Ons eigen netwerk hielp vervolgens om het idee verder vorm te geven. Wij begaven ons daarmee over de grenzen van onze eigen levens en stapten daarmee in de levens van deze vrouwen.  

Wat we zagen stemde ons niet echt hoopvol voor de toekomst. Een toekomst waar hun en onze kinderen een nieuwe samenleving moeten vormen. We zagen problemen waar wij zelf nooit over na hoefden te denken. Oplossingen die eigenlijk best eenvoudig konden zijn, als je over een netwerk zou beschikken. Of als er minder regels en een wat flexibeler beleid zou zijn. 

Maar minder regels en flexibeler beleid zijn niet echt aan de orde, omdat we als samenleving zelf steeds meer oplossingen voor maatschappelijke problemen naar de overheid toeschuiven. “De overheid moet dit, de overheid moet dat, het is de schuld van de overheid”. Voer voor de populisten in de Tweede Kamer die schreeuwen om meer transparantie, meer controle, of juist toeslagen om die ene groep die anders net ergens buiten valt te compenseren. Met als resultaat: nieuwe regels, en nog meer regels om de uitzonderingen op die regels af te kappen. En als het mis gaat? Juist, weer nieuwe regels, want de overheid heeft gefaald. En in die wirwar van regels en het verleggen van verantwoordelijkheden zijn er gelukkig genoeg mouwenopstropers die een burgerinitiatief starten en de maatschappelijke uitdagingen aangaan. Dat laatste is wat wij bij Mijn Buuf ook doen: mouwen opstropen en zelf aan de slag. Daar staat tegenover dat we ook graag het vertrouwen en de middelen willen krijgen om het goede doen voor onze doelgroep.  

Ons netwerk, dat we deels al hadden, maar dat we ook kregen nadat we met Mijn Buuf zijn gestart bestaat uit mensen uit alle lagen van de bevolking die inmiddels weten wat wij doen en ons supporten als dat kan. Dat zijn echter ook mensen die elkaar in het dagelijks leven niet altijd weten te vinden. Zeker niet als het om onze wereldvrouwen gaat, onze Buufjes, die bijna om de hoek wonen, maar over wiens levens we te weinig weten.  

Wat was voor jou de aanleiding om je in te zetten voor vrouwen (in Den Haag)?  
Toen we begonnen met Mijn Buuf, zagen we van dichtbij hoe groot het isolement kan zijn waarin sommige vrouwen leven. Vooral tijdens corona werd dat extra duidelijk: vrouwen raakten nog verder geïsoleerd, hadden stress over schoolzaken van hun kinderen, financiële druk en soms ook zorgen over gezondheid en veiligheid. Dat was voor ons echt een wake-up call. We realiseerden ons: alleen “samen iets maken” is waardevol, maar niet genoeg. Deze vrouwen hebben vaak te maken met meerdere problemen tegelijk en hebben vooral een plek nodig waar ze vertrouwen, structuur en steun kunnen opbouwen.  

Als we het hebben over onze Buufjes, praten over vrouwen die vaak niet of nauwelijks geschoold zijn, net een gezin aan het stichten zijn of waarvan het gezin aan het uitvliegen is, trauma’s hebben, onze taal nog niet geweldig beheersen, soms weinig voor ons relevante werkervaring hebben, en heel vaak ook analfabeet of laaggeletterd zijn en meestal in een combinatie daarvan. Als ondernemer en werkend met deze doelgroep weet ik inmiddels hoeveel energie en tijd je daar in moet steken om hen wat zelfvertrouwen terug te geven. Tel daarbij op dat de sommigen 45+ zijn en hun lijf door stress en geweld al behoorlijk te lijden heeft gehad, en ik begrijp dat werkgevers denken: “ik zoek nog wel even door”. Zelfs bij projecten gericht op vluchtelingen en migranten worden meestal de krenten uit de pap gevist. Snel scoren en vooral de successen belichten, zodat een project kan blijven voortbestaan. We zagen het bij de oude inburgeringswet en zien in de Z-route een herhaling van zetten; voor mensen die veel langer nodig hebben om mee te doen, is er nauwelijks een vangnet.  

Deze vrouwen hadden eens de moed om te kiezen voor een nieuw leven in een ander land om hun kinderen veiligheid en een toekomst te geven. Dit zijn de moeders van een nieuwe generatie Nederlanders. De kinderen die straks met de onzen de docenten van de toekomst zijn, ons wassen als we verzorging nodig hebben, en de handen kunnen zijn die de energietransitie mogelijk maken.  

Uit de onderzoeken die gedaan zijn, blijkt onder meer dat kinderen van geëmancipeerde migrantenouders het beter doen in onze samenleving. We weten inmiddels ook wel dat mensen die zich nuttig voelen in de samenleving, beter in hun vel zitten. En beter in je vel zitten betekent weer minder belasting van de zorg.  

In de relatief rustige coronaperiode zijn we toen gestart met het ontwikkelen van het traject “De Reis bij Mijn Buuf”. Een nieuw leven in ons land betekent immers niet het einde van soms een lange reis, maar de start van een nieuwe.  

 Op welke manier zet jij (of je initiatief) je in voor vrouwen (in Den Haag)?  
 

De Reis bij Mijn Buuf is een combinatie van activiteiten die niet los van elkaar staan: 

  1. Activatie in het atelier

We creëren een veilige basis: een warm welkom, vaste rituelen zoals koffie en lunch, samenwerken in teams, oefenen met Nederlands spreken en leren omgaan met verschillen. Het atelierwerk is geen doel op zich, maar een middel om stappen te zetten richting zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. 

  1. Persoonlijke ontwikkeling

Elke vrouw krijgt een intake om behoeften en ambities te bespreken. Waar nodig maken we ook een budgetscan om financiële stress inzichtelijk te maken. Daarnaast bieden we lessen aan in thema’s die echt leven bij de doelgroep, zoals:  

  • mentale gezondheid en gezondheid in het algemeen  
  • geldzaken en financiële zelfredzaamheid  
  • rechten en keuzevrijheid als vrouw  
  • sociaal netwerk vergroten 
  • ondersteuning bij schoolgaande kinderen en het schoolsysteem 
  • actualiteiten en “hoe Nederland werkt”  
  1. Taalontwikkeling
    Nederlands is bij ons de voertaal. We werken met conversatielessen die Taal aan Zee bij ons geeft en maatjes, zodatvrouwen taal blijven oefenen en niet terugvallen na inburgering.  

Wat belangrijk is: de meeste begeleiding gebeurt met vrijwilligers, juist omdat dat sneller een gevoel van vertrouwen en gelijkwaardigheid geeft.  

Wat is volgens jou het belangrijkste effect van jouw inzet?  

Het belangrijkste effect is dat vrouwen uit het isolement komen en weer grip krijgen op hun leven. Bij Mijn Buuf zie je dat vrouwen groeien doordat ze hun netwerk vergroten, taal blijven oefenen, en leren waar ze terecht kunnen met vragen over geld, gezondheid, opvoeding of rechten.  

En soms begint dat heel klein: zelfstandig met het OV komen, meedoen aan een gesprek aan tafel, of durven zeggen wat je nodig hebt. Maar juist die kleine stappen zorgen uiteindelijk voor grotere veranderingen richting participatie en zelfredzaamheid. 

Dat ze dat doen buiten hun directe omgeving of gemeenschap, geeft hen veel meer vrijheid om grenzen te verleggen. ‘Wij’ vrouwen laten ons vaak te veel beperken door het oordeel van ‘die buurvrouw’, ‘die moeder op school’ of iemand uit de gemeenschap.  

 



Welke boodschap wil je anderen meegeven?  

Mijn boodschap is: onderschat nooit hoeveel verschil je kunt maken voor iemand. 

Veel vrouwen willen vooruit, maar lopen vast op taal, regels, stress en het ontbreken van mensen om op terug te vallen. Als we willen dat iedereen mee kan doen, moeten we zorgen voor plekken waar vrouwen zich welkom voelen en stap voor stap kunnen groeien — zonder oordeel, maar met vertrouwen en praktische steun. En heel concreet: als je iets kunt doen, begin klein. Nodig iemand uit, maak contact, wees een maatje. Want verbinding is vaak het begin van verandering.